Koorts, zwakte, een kwaal zonder naam: de oude boeken lezen zulke beelden als een last die je al een poos meesleept, en nadrukkelijk niet als uitspraak over je gezondheid.
Laten we bij het eind beginnen, want dat scheelt een nacht piekeren: een droom stelt niets vast, niet over jou en niet over iemand anders, en geen uitlegtraditie die het volgen waard is beweert iets anders. Wat de oudere boeken met ziekte doen, is het lezen als een last, als iets wat te lang wordt meegedragen, of als een deel van het leven dat niet meer goed werkt en om aandacht vraagt. Het beeld komt veel voor in doodgewone periodes van spanning, en dat verklaart het merendeel van de gevallen.
Uitleggers behandelen de kwaal als beschrijving van een toestand en niet van een lichaam. Werk dat ondraaglijk is geworden, een vriendschap die voortdurend gerepareerd moet worden, een huishouden dat op de reserves draait: dat komt 's nachts binnen als koorts, als slapte, als een aandoening zonder naam. De slaap leent de taal van ziekte omdat iedereen die taal al verstaat. De precieze kwaal zegt daarbij meestal minder dan wat je door die kwaal niet kon doen.
Lichamelijke gewaarwording loopt rechtstreeks de slaap in. Een lichte verhoging, een verstopte neus, een onrustige nacht na een zware maaltijd, een medicijn waar je net mee begonnen bent: elk daarvan kan in je hoofd een compleet ziektetafereel opbouwen. Datzelfde geldt voor een documentaire, een diagnose in het nieuws of een bezoek aan een patiënt vorige week.
Van alle vormen maakt deze de meeste mensen bang, dus die verdient een direct antwoord. Dromen dat een familielid ziek is geworden komt zeer veel voor, vooral bij mensen die voor iemand zorgen of ver van hun familie wonen, en het bevat geen enkele informatie over die persoon. Uitleggers noemen dat bezorgdheid en geen waarschuwing, wat aansluit bij wat de meeste dromers binnen een minuut na het wakker worden zelf al herkennen.
Heb je een echte zorg over je gezondheid, dan hoort die bij een arts en staat die volledig los van wat je hebt gedroomd, in beide richtingen: een droom is geen reden tot alarm en al helemaal geen reden tot geruststelling.


