Zelden gaat deze droom alleen over het dier. Uitleggers kijken naar het water, naar wat je aan het doen was en naar hoeveel je er werkelijk van kon zien.
Een bak in een wachtkamer, een gracht in het donker, een sloot achter het huis: wie deze droom navertelt, begint bijna nooit bij de vis. Eerst is er water, en pas daarna het dier dat erin beweegt. De uitlegtraditie is diezelfde volgorde gaan aanhouden en behandelt de vis als iets wat onder het oppervlak beweegt en nog niet boven is gekomen: een gedachte, een gevoel, een bericht dat nog niemand hardop heeft gezegd.
Uitleggers vragen zelden welke soort het was, maar bijna altijd wat je aan het doen was. Kijken, voeren, vangen of eten leveren vier verschillende verhalen op. Een vis die je helder in schoon water ziet liggen, geldt als inzicht waar je iets mee kunt. Een vis die je alleen als schaduw ziet, of die langs je been strijkt zonder dat je hem ooit te zien krijgt, staat voor iets weten zonder er een naam voor te hebben. Wie in de droom zat te hengelen, krijgt er geduld, aas en de reële kans op een lege emmer bij.
Op sommige plaatsen draagt de vis een zware en heel specifieke betekenis. In verschillende Oost-Aziatische tradities hoort het dier bij overvloed, sterk genoeg om te bepalen hoe de droom wordt naverteld. Vissersplaatsen langs de Europese kust hielden hun eigen lezingen aan, gebonden aan de vangst en het seizoen. Die verhalen zijn de moeite waard als lokale geschiedenis, niet als sleutel die overal past, en geen ervan geeft iemand het recht om je geld te beloven.
Weeg dat allemaal af tegen je eigen leven. Wie een aquarium onderhoudt, wie opgroeide met vis op tafel of wie ooit uren op een steiger heeft doorgebracht, heeft met dit dier een band die zwaarder weegt dan welke lijst met betekenissen ook.


