Drukte, een lege straat met de lampen aan of het uitzicht van bovenaf: elk van die decors kreeg in de oudere bronnen een eigen uitleg, en verdwalen hoort erbij.
De skyline onthoudt bijna niemand. Wat mensen wel navertellen is een straat die ergens anders uitkomt dan hij hoort, een plein dat een blok te ver ligt, een steeg die eindigt op een plek die niet kan bestaan. De traditie leest een stad als je sociale wereld: de hele machinerie van andere mensen, kansen en verkeer waar je doorheen moet om ergens te komen.
De sfeer van de stad stuurt de uitleg meer dan de gebouwen:
Verbouwde versies van steden die je kent, horen tot de meest beschreven droomdecors die er zijn. Uitleggers verbinden ze meestal met een vertrouwd stuk leven dat van vorm is veranderd: een kantoor na een reorganisatie, een vriendengroep na een breuk, een geboorteplaats die je bent ontgroeid. Het gevoel dat je de weg bijna weet, is het betekenisvolle deel, en mensen melden het het vaakst tijdens een verhuizing of in de eerste maand van een nieuwe baan.
Een stad waar je hebt gewoond, een stad die je hebt verlaten en een stad die je alleen uit films kent, zijn drie verschillende symbolen onder een naam. Wie in een dorp opgroeide, leest stedelijke ruimte in dromen anders dan wie nooit ergens anders heeft gewoond.
Begin daarom bij je eigen kaart. Welke straat kwam er terug, en waar hoorde die in je leven bij? Dat levert meestal meer op dan de algemene lezing, die per slot van rekening voor iedereen tegelijk is opgeschreven. Het lemma komt daarna pas aan de beurt, hooguit als aanvulling op wat je zelf al weet.


