In de traditie hoort dit beeld bij druk die van buiten komt en sneller oploopt dan iemand hem verwerkt. Wat het water deed, telt daarbij zwaarder dan het water zelf.
Het water staat al op de derde tree en het stijgt terwijl je staat te kijken. Dat is het beeld waar bijna elke lezing van deze droom op rust. Opvallend is dat dromers het water vrijwel altijd beschrijven als komend en niet als aanwezig: het gaat om de beweging, niet om de plas. Uitleggers noemen dat druk die sneller oploopt dan iemand hem kan verwerken, uit een bron die niet van jou is.
Uitleggers letten al eeuwenlang op de kleur en de dikte. Helder water geldt als gevoel dat voor jou in elk geval leesbaar is, hoeveel het er ook is. Dik, donker water met rommel erin staat voor verwarring die zich met de druk vermengt. Of je vanaf hoog en droog stond toe te kijken of er zelf tot je knieën in stond, verschuift de lezing opnieuw. Stond je erin en bewoog je nog, dan leest dat als omgaan met de last; stond je stil terwijl het steeg, dan als overspoeld raken.
De twee helften van dit beeld worden verschillend gelezen. Water dat de trap op kruipt, onder een deur door sijpelt of een kamer vult, hoort bij oplopende eisen en bij de moeite om erop voor te blijven. Het tafereel nadat het water weg is, met modder, schade en een vreemde stilte, geldt juist als wat overblijft nadat een crisis voorbij is; dromers noemen dat deel meestal verdrietig in plaats van eng. Beide helften horen bij dezelfde droom, en mensen schuiven er ongemerkt tussen heen en weer. Ook wat er meedreef telt in oudere lijsten mee: meubels, kleren en papieren gelden als de spullen van een leven die meegaan in wat er gebeurt.
Voor heel wat lezers is dit helemaal geen symbool. Wie ooit zijn huis uit moest door hoog water, of woont waar dat om de paar winters speelt, droomt over een echte gebeurtenis en een echte angst, en daar heeft een symbolenlijst niets zinnigs over te zeggen. Los daarvan vindt een regennacht tegen het raam vaak vanzelf zijn weg naar binnen. Wat water voor jou persoonlijk betekent komt eerst; de traditionele lezing mag daar hooguit achteraan komen.


