Verstopte oren, een piep die alles overstemt, een gesprek dat je net niet mag horen: de oude uitleg draait steeds om wat er wel of niet bij je binnenkomt.
Het oor als beeld draait niet om kijken maar om luisteren: wat er bij je binnenkomt, wat je liever niet hoort en wie je aan het woord laat. Zo behandelt de traditie het ook. Maar voordat je aan uitleg begint is er een laag die je eerst moet afpellen, want geluid in een droom komt opvallend vaak van buiten die droom.
Verkeer op straat, een snurkende partner, een tikkende leiding, de eerste oorsuizingen: je slapende hoofd bouwt zulke geluiden moeiteloos in een verhaal in. Wie 's nachts wakker wordt van een droom vol stemmen of gepiep doet er goed aan eerst de kamer na te lopen. En een oor dat pijn doet terwijl je wakker bent is een reëel probleem waar geen droomboek iets zinnigs over te melden heeft.
Een hele familie van deze dromen gaat over iets opvangen dat niet voor jou bedoeld was. Uitleggers lezen dat als een droom over je plaats: je staat naast een gesprek zonder erin te zitten. Veel mensen melden het in periodes waarin er over hen wordt beslist in kamers waar zij niet bij zijn. De omgekeerde versie, iemand duidelijk zien praten zonder te verstaan wat hij zegt, geldt als afstand tussen jullie en niet als een tekortkoming van een van beiden. Ook het omgekeerde wordt gemeld: dromen waarin jij fluistert en niemand reageert, wat lezers verbinden met het gevoel dat wat je zegt nergens aankomt.
Hier weegt je eigen leven zwaarder dan welk lemma dan ook. Een muzikant, iemand die slechthorend is en iemand die net een week in een lawaaiige werkplaats heeft gestaan brengen elk een andere lading mee bij precies hetzelfde beeld. Begin bij wat horen voor jou betekent en pak de oude uitleg er pas daarna bij.


