Wegkijken kan in een droom niet. Uitleggers vragen daarom eerst of de ogen van jou waren of van iemand anders, want daarna loopt de lezing twee volstrekt verschillende kanten op.
Ogen zijn het enige lichaamsbeeld dat in een droom tegelijk naar buiten en naar binnen wijst, en de uitlegtraditie maakt daar volop gebruik van. Zijn ze van jou, dan gaat het over zien in de brede zin: begrijpen, opmerken, iets herkennen waar je weken langs bent gelopen. Zijn ze van iemand anders, dan verschuift alles naar bekeken worden, en draait de droom om blootstelling in plaats van om inzicht.
Ogen die je aankijken vanuit een groep mensen, vanachter een ruit, vanuit een dier of vanuit niets in het bijzonder vormen een eigen familie. De rode draad is het gevoel beoordeeld te worden, soms door iemand die je kunt aanwijzen en soms door een publiek dat de dromer niet kan benoemen. Of dat kijken vijandig, nieuwsgierig of neutraal aanvoelde is het detail waar uitleggers echt iets mee doen, en dat weten mensen achteraf meestal nog precies.
Bij je eigen ogen is dit veruit de meest gemelde variant: een waas die dichttrekt, een oog dat niet open wil, een kamer die donker wordt terwijl iedereen om je heen gewoon doorgaat. Oudere verzamelingen lezen dat als iets weten en er niet naar kijken, een uitleg die mensen ongemakkelijk raak vinden. Zicht dat plots scherper wordt heeft de omgekeerde lezing en komt in verslagen veel zeldzamer voor. Wie een bril draagt of met een vastgestelde oogaandoening leeft droomt regelmatig over haperend zicht, om redenen waar geen enkele duiding bij nodig is, en een droomboek is sowieso niet de plek voor uitspraken over ogen. Uitleggers vragen daarom liever wat je nog wel zag: een klein stukje scherpte midden in een waas krijgt een andere lezing dan een beeld dat langzaam aan de randen dichttrekt.
Vreemde oogkleuren, extra ogen en ogen op de verkeerde plek duiken geregeld op en hebben in allerlei streken lezingen verzameld die elkaar grotendeels tegenspreken. Behandel ze eerder als textuur dan als losse symbolen. Één spoor levert wel iets op, en dat is de herkenning. Wie is opgegroeid met het idee van het boze oog brengt associaties mee die een lezer van buiten die cultuur volledig zou missen, en zulke associaties wegen zwaarder dan welke algemene betekenis ook.


