Een droomdier dat in de ene streek bij regen en meevallers hoort en in de andere bij iets dat plotseling iets anders wordt. Wat jij van kikkers vindt, telt zwaar mee.
Na een natte nacht zitten ze soms midden op het fietspad, en wie er als kind achteraan is gerend ziet dat beeld meteen terug in zijn slaap. Toch is de kikker een van de minder gemelde droomdieren. Er is daardoor veel minder overlevering dan bij honden of slangen, en wat er wel is valt uiteen langs geografische lijnen: in sommige streken hoort het dier bij regen, vruchtbaarheid en meevallers, in Europese vertellingen vooral bij iets dat plotseling iets anders blijkt te zijn.
De meeste symboliek komt hier niet uit bijgeloof maar uit biologie. Een kikker begint zijn leven in het water en kan het later verlaten, en juist die overgang van de ene vorm naar de andere is waarom het dier gekoppeld wordt aan perioden waarin iemand iets anders aan het worden is. Over kikkervisjes wordt opvallend zelden gedroomd, wat jammer is, want in dat vroege stadium is de klassieke duiding een stuk interessanter dan bij het volgroeide dier.
Wie dit dier één vaste betekenis geeft, kiest in stilte één cultuur en noemt die universeel. De gelukslezing is in bepaalde streken echt traditioneel en elders gewoon afwezig, en dat benoemen is eerlijker dan het gemiddelde nemen. In de praktijk beslist je eigen reactie trouwens het meeste: iemand die kikkers grappig vindt en iemand die ze vies vindt hebben niet dezelfde droom gehad, ook al stond er hetzelfde dier in.
En soms valt er weinig te duiden. Een middag langs het water, een sloot achter de tuin die 's avonds hard staat te kwaken, een programma over natuurgebieden: het beeld ligt dan al klaar voordat er iets te betekenen valt.


