Op het plafond, op een steen in de zon of ineens onder je voet: bij dit dier verschuift de uitleg vooral met de plek, en pas daarna met de staart.
In een deel van de wereld is een hagedis op de muur gewoon een huisgenoot, en dan neemt de droom die vanzelfsprekendheid over: geduld, rust, iets wat stilletjes weer aangroeit. Ergens anders hangt aan precies hetzelfde dier een kilte, en verbinden uitleggers het met iemand die wegglipt op het moment dat je hem nodig hebt. Beide lezingen zijn oud, beide zijn nog in omloop en ze zijn nooit tot een enkele betekenis samengesmolten.
De plek krijgt in de uitleg doorgaans meer gewicht dan het dier zelf. Binnen, hoog op een muur of tegen het plafond, beschrijven dromers als bekeken worden door iets ongevaarlijks, en uitleggers koppelen dat aan een kleine zorg die de kamer niet uit wil. Buiten in de zon op een steen wordt gelezen als stilte en wachten, en dat beeld duikt vaak op in lange periodes waarin er weinig gebeurt. Een hagedis onder je voet, of er meteen een stuk of vijf tegelijk, gaat in de meeste lezingen over onbehagen bij de plaats en niet bij de dieren.
Wie iets over hagedissen te zeggen heeft, komt vroeg of laat bij de staart uit. Het dier kan die loslaten om te ontsnappen en er daarna een nieuwe laten groeien, en dat gegeven heeft het symbool meer gevormd dan wat ook. Dromen waarin de staart losraakt worden meestal gelezen als een prijs die je betaalt om ergens vrij van te komen, met het verlies als iets waar je overheen komt en niet als iets definitiefs. Groeit er al een nieuwe aan, dan spreken uitleggers eerder over herstel dat bezig is dan over schade die geleden is.
Die twee lijnen kun je beter apart benoemen dan door elkaar husselen. In verschillende Zuid- en Zuidoost-Aziatische streken geldt een huishagedis als welkome aanwezigheid en erft de droom die goedgezindheid. In delen van Europa stond het dier lang voor sluwheid, en daar erfde de droom juist dat. Geen van beide kondigt een gebeurtenis aan. Wie is opgegroeid op een plek waar elke zomeravond gekko's over het plafond lopen, draagt een herinnering mee die geen algemene betekenis kan overschrijven, en die herinnering is het betere beginpunt.


