Autodromen horen bij de meest gemelde beelden van allemaal, en de uitleg gaat vrijwel nooit over de wagen. Hij gaat over de stoel waarin je zat.
Je trapt op de rem en er gebeurt niets. Dat ene tafereel wordt zo vaak gemeld dat het bijna een eigen soort droom is geworden, en de gangbare lezing is het gevoel iets niet meer te kunnen afremmen: een werkdruk, een relatie die hard gaat, een plan dat meer vaart heeft gekregen dan je wilde. Zonder benzine komen te staan hoort bij dezelfde familie en valt vaak samen met het eenvoudigste wat er is, namelijk doodmoe zijn.
Een auto geldt in de uitleg als de manier waarop je door een bepaalde periode van je leven beweegt, en de eerste vraag is dan ook wie er stuurde.
Een auto die niet wil starten staat naast de remmen en de lege tank, en een zwaar beschadigd exemplaar gaat volgens de meeste bronnen over hoe gehavend je jezelf voelt en niet over een echt voertuig. In veel verslagen speelt ook het weer mee: mist, gladheid of een ruit waar je niets doorheen ziet horen bij dezelfde onmacht om de rit te overzien.
Voertuigen dragen veel persoonlijk gewicht. Was het de auto die je zelf hebt gehad, de auto waarin je hebt leren rijden, of de auto van iemand die er niet meer is, dan werkt de droom vrijwel zeker met die herinnering en niet met een algemeen zinnebeeld van vooruitgang. Wie voor zijn werk rijdt, droomt over auto's zoals anderen over hun bureau dromen, en dat alleen al verklaart een flink deel van deze verslagen. Ook een eerste rijles of een aanrijding van jaren geleden levert dit beeld zonder dat er iets uit te leggen valt.


