Twee overleveringen hangen aan dezelfde vrucht: de ene gaat over gezondheid en oogst, de andere over verleiding. Welke van de twee je krijgt, hangt af van waar je opgroeide.
Vraag iemand die over een appel heeft gedroomd hoe de vrucht eruitzag, en het antwoord komt meestal meteen. Rijp of wormstekig, glanzend of geschrompeld, groen of net van de boom: dromers onthouden de staat van het ding beter dan de rest van de droom. Uitleggers volgen dat spoor, want in deze traditie zegt de toestand van de vrucht meer dan de vrucht zelf.
In de brede volksoverlevering staat de appel voor gezondheid, overvloed en iets dat op tijd rijp is geworden. Een appel in de hand, een boom vol vruchten, een schaal die op tafel blijft staan: dat wordt gelezen als genoeg hebben, als werk dat is uitgekomen, als een seizoen dat netjes zijn beurt neemt. Daarnaast loopt een smallere, vooral Europese lijn die verleiding en verboden kennis aan dezelfde vrucht hangt, geleend uit één bekend verhaal. Die tweede lezing hoort bij een bepaalde culturele erfenis en niet bij appels in het algemeen, en waar die associatie ontbreekt, ontbreekt ook de lezing. Zo komt het dat twee woordenboeken je tegengestelde antwoorden geven.
Groene of onrijpe vruchten worden al lang verbonden met iets dat te vroeg is geprobeerd. Eén rotte appel in een verder goede mand draagt een oude lezing over dat ene element dat de rest aansteekt, en daar komt de bekende uitdrukking vandaan. Of je de appel zelf van de tak haalde of hem kreeg aangereikt telt eveneens mee, want de traditie let er nadrukkelijk op of je zelf naar het ding hebt gereikt.
Niets van dit alles overleeft een sterke persoonlijke associatie. Wie opgroeide naast een boomgaard, wie er niet tegen kan, wie bij appels aan een bepaalde keuken en een bepaalde persoon denkt: die dromers houden allemaal een ander voorwerp vast, hoe het beeld van buiten ook lijkt. De traditie is een beginpunt en geen autoriteit over jouw geheugen. Het loont om eerst op te schrijven wat de vrucht bij jou losmaakte, en pas daarna te kijken of een van de oude lezingen daar nog iets bruikbaars aan toevoegt.


