Het teken dat overblijft na genezing wordt minder gelezen als schade dan als bewijs dat je meedraagt, en vaak als aandacht die terugkeert naar iets ouds.
In een droom zie je opeens een streep op je arm die je overdag al jaren niet meer opmerkt. Dat is het hele beeld, en het is genoeg. Een litteken is een wond die klaar is, en dat ene onderscheid doet vrijwel al het uitlegwerk: het beeld verhuist van de dingen die misgaan naar de dingen die doorstaan zijn. De gebruikelijke lezing gaat over een bewijsstuk en niet over letsel, en over je aandacht die er opnieuw op landt.
Plaats telt in deze lezingen zwaarder dan oorzaak. Een litteken in je gezicht of op je handen, ergens waar anderen het zien, hoort bij het materiaal over reputatie en over bekendstaan om een bepaald verleden. Eentje onder je kleren leest als iets wat je in stilte meedraagt, waarbij jij bepaalt wie het te horen krijgt. Een teken waar helemaal geen herinnering aan een verwonding bij hoort, wordt vaak uitgelegd als een geërfde moeilijkheid, het soort dat uit een familie komt in plaats van uit een gebeurtenis.
Uitleggers vragen bijna altijd waarom de droom nu komt. Zo'n teken zit er al jaren zonder ooit in je slaap op te duiken, dus het opduiken zelf wordt behandeld als aanwijzing dat iets in het heden genoeg lijkt op de oorspronkelijke episode om die op te roepen. Dat kan een vergelijkbare relatie zijn, een vergelijkbare werkplek, of gewoon een datum die je niet bewust had geteld. Dromers melden regelmatig dat ze 's nachts iets opmerken wat ze bij daglicht werkelijk niet meer zagen.
Een droom doet geen verslag van je lichaam en ook niet van dat van iemand anders. Wat dit beeld ook doet, het is geen informatie over weefsel, en geen uitlegger die het lezen waard is behandelt het zo.
Daarbij weegt een litteken dat je zelf koos anders dan een litteken dat je kreeg, en alleen jij weet welke van de twee er opdook. Wie een teken draagt van een operatie waar hij blij mee was, leest het beeld nu eenmaal anders dan wie er een aan een ongeluk overhield.


