De oude droomboeken behandelen haar als zelfpresentatie: de versie van jezelf die je kiest en onderhoudt. Knippen, verliezen en verven krijgen daarom elk een eigen lezing.
Weinig droombeelden liggen zo dicht bij de badkamerspiegel als dit. De standaardlezing behandelt haar als zelfpresentatie: de versie van jezelf die je kiest en onderhoudt, en niet de versie die je hebt meegekregen. Dat het uitgerekend haar is geworden heeft een praktische reden. Het is een van de weinige dingen aan je lichaam die je in één middag helemaal kunt omgooien en die daarna gewoon weer aangroeien. Knippen, kwijtraken, veranderen of erom geprezen worden zijn in de uitleg allemaal vragen over hoe je gezien wilt worden.
Deze dromen komen in trosjes rond echte haargebeurtenissen. Mensen melden ze in de weken na een drastische beurt, voor een bruiloft of een dag vol foto's, en in elke periode waarin ze zich bewust zijn van dunner wordend of grijzend haar. Dat maakt de droom niet leeg, maar de aanleiding zit vaker in de spiegel dan in de symboliek. Een droom over uitvallend haar stelt geen diagnose en is geen teken dat er iets mis is met je.
Oude woordenboeken staan vol stellige voorschriften over lengte en kleur, en een flink deel daarvan is het modeadvies van hun tijd in een mystiek jasje. Als geschiedenis zijn die regels aardig, als instructie niet.
Wat wel overeind blijft is de band tussen haar en gekozen identiteit. Iemand die vijf jaar bezig is geweest zijn haar te laten groeien en iemand die zich om de twee weken kaal scheert dromen niet over hetzelfde voorwerp. Wat heeft jouw haar je gekost, wat zegt het over je, en wie had er altijd al een mening over? Dat spoor ligt dichter bij de droom dan welke regel over scharen ook.


