Weinig beelden zijn zo betrouwbaar tweeslachtig als het ei: belofte en breekbaarheid in hetzelfde plaatje, met de toestand van de schaal als doorslaggevend detail.
Het ei dankt zijn plaats in de droomuitleg aan de schaal. Weinig beelden lopen zo gelijkmatig door de tradities heen, en weinig zijn zo betrouwbaar tweeslachtig: het staat bijna overal voor iets dat nog niet is wat het worden gaat, en in dezelfde adem voor hoe makkelijk dat iets breekt. Het zijn geen alternatieven: de meeste oude lezingen houden ze allebei vast, en de toestand van de schaal beslist welke van de twee aan het woord is.
Een enkel ei en een nest vol eieren worden verschillend behandeld. Dromers worden bij dit beeld geregeld wakker met een exact aantal in hun hoofd. Een heel legsel wordt gekoppeld aan middelen en aan het risico ze op dezelfde plek te leggen, een gedachte die in het Engelse gezegde over mandjes is blijven hangen. Eieren vinden is weer een eigen motief, in verschillende Europese volksverzamelingen gelezen als het tegenkomen van iets waardevols dat er al lag, in plaats van het verdienen ervan.
Veel eidromen spelen zich gewoon in een keuken af en horen bij de brede groep dromen over wat je die dag in handen had. Wie kippen houdt, in een bakkerij werkt of een week lang eieren heeft zitten beschilderen voor een voorjaarsfeest, heeft een bron die geen symboolwoordenboek kan verbeteren. Lezingen over vruchtbaarheid komen in de volksverhalen veel voor maar gelden bepaald niet overal, en ze horen niet geplakt te worden op een dromer die er zelf niet over begonnen is.
De bruikbare vraag is wat er in de droom op het spel stond, niet wat een schaal zou betekenen. Droeg je het voorzichtig, dan gaat de lezing waarschijnlijk over zorg en risico; was het ontbijt, dan gaat ze misschien nergens over.


