Bij dit beeld staan een lichamelijke verklaring en een oude symbolische lezing naast elkaar, en ze spreken elkaar niet tegen. Allebei zijn ze hier de moeite waard.
Je mond gaat open, je zet er alles achter en er komt niets uit. Weinig droombeelden worden zo vaak beschreven, in welke verzameling droomverslagen je ook kijkt. Er hoort bovendien een nuchtere verklaring bij die prima naast de symbolische past: gedurende het grootste deel van de droomslaap houdt het lichaam de willekeurige spieren stil, dus een poging tot roepen komt uit bij een keel die voor die nacht is uitgeschakeld.
De varianten lopen netjes uiteen. Schreeuwen tegen die ene persoon geldt als een ruzie die nooit hardop is gevoerd, en wie dat is zegt meer dan het schreeuwen zelf. Iemand anders horen gillen zonder hem te kunnen vinden hoort bij de beelden over machteloosheid; mantelzorgers die geïsoleerd raakten van degene voor wie ze zorgen, beschrijven het opvallend vaak. Schreeuwen zonder dat iemand reageert geldt als spreken zonder gehoord worden. Jezelf wakker maken met echt geluid komt voor en hoort vooral bij de fysiologie.
Dat je het mechanisme kent, maakt het beeld niet leeg. Uitleggers lezen een geluidloze schreeuw als iets wat de dromer niet gezegd heeft gekregen, en de frustratie erin geldt als het bruikbare deel, niet als het enge deel. Wie hem meldt in een periode van afgedwongen beleefdheid - op het werk, bij familie, in een huis waar de lieve vrede belangrijker is dan het gelijk - herkent die lezing meestal onmiddellijk. Dromers melden hem ook opvallend vaak in periodes van ziekte of uitputting, wanneer er overdag al weinig energie overblijft om iets uit te spreken.
Volkslijsten koppelden een schreeuw regelmatig aan nieuws, met als redenering dat een kreet informatie over afstand draagt. Die lezing is grotendeels weggevallen en moderne uitleg concentreert zich op uiting. Sommige bronnen scheidden een waarschuwingskreet van een kreet van verdriet, een onderscheid dat vrijwel niemand nog maakt.
De nuttigste vraag blijft wat je probeerde te zeggen en tegen wie, en niemand behalve de dromer kan die beantwoorden. Een woordenboek beschrijft de vorm van een beeld, nooit de inhoud ervan.


