Twee tradities lezen hetzelfde dier tegengesteld, en opvallend genoeg gaan de meeste verhalen niet over de steek maar over stilstaan en kijken welke kant het op gaat.
Het valt op hoe weinig schorpioenendromen over een steek gaan. Mensen beschrijven vooral hoe ze doodstil staan, kijken en inschatten welke kant het beest op gaat; het prikken zelf komt in de meeste verhalen niet eens voor. Die wachtende houding is precies waar uitleggers naar kijken, en het is meteen de reden dat de oude uitleg dit dier zo netjes in tweeën splijt.
Een lange Europese lezing ziet de schorpioen als vijandigheid die dichtbij wordt gedragen: klein genoeg om over het hoofd te zien en waar je zomaar per ongeluk op trapt. Een tweede traditie, vooral uit droge streken waar het dier gewoon is, neemt hetzelfde beest juist als een bewaker die alleen steekt wat al te dicht op de huid is gekomen. Beide lezingen zijn eeuwenoud en geen van beide heeft de andere verdrongen.
Omdat er in de droom meestal niets gebeurt, wordt het beeld doorgaans betrokken op een situatie die je in de gaten houdt en niet op een die al is misgegaan: een scheve verhouding op het werk of in de familie die nog niemand hardop heeft benoemd. Gebeurt de steek wel, dan is de gangbare uitleg een scherpe opmerking of verraad van heel dichtbij. Dat is een lezing over verhoudingen tussen mensen en verder niets.
Voor wie is opgegroeid met het uitkloppen van schoenen betekent dit dier iets heel anders dan voor wie het alleen van een foto kent, en bekendheid verandert de lading van het plaatje. Lezers die astrologie volgen leggen soms een verband met het sterrenbeeld Schorpioen, maar de traditie houdt die twee uit elkaar: een sterrenbeeld reken je uit met een datum en een tijd, terwijl het dier in je droom een beeld is dat je eigen geheugen aanleverde.


