De ene lijn leest goud als echte waarde, de andere waarschuwt juist voor de glans. Wat geen van beide lijnen doet, is iets beloven over je financiën.
Het merkwaardige aan dit lemma is dat de droomboeken elkaar tegenspreken, en dat is op zichzelf al informatie. De ene lijn leest goud rechttoe rechtaan als schat, waarde en iets van echt gewicht in de slaper; de andere waarschuwt voor glans en behandelt goud als het oppervlak van een ding in plaats van als het ding zelf. Welke lijn een boek ook volgt, geen enkele droom bevat informatie over geld dat komt of gaat. Het metaal in de slaap is een beeld van waarde, geen uitspraak over iemands financiën.
Dit metaal geldt in vrijwel de hele opgeschreven geschiedenis als maatstaf voor waarde, en juist daarom werkt het zo goed in een droom: iedereen weet waar het voor staat nog voor hij in slaap valt. Die gedeelde betekenis maakt het handig materiaal voor de slapende geest en onbetrouwbaar materiaal voor een woordenboek, want zodra goud verschijnt sleept het alles mee wat de slaper denkt over rijkdom, familie en gezien worden als iemand die genoeg heeft.
De persoonlijke context beslist dit lemma sterker dan de meeste. In veel families in Zuid-Azië en het Midden-Oosten wordt goud bij een bruiloft gegeven en als zekerheid bewaard, dus raakt een droom erover aan huwelijk en verplichting in plaats van aan een abstract idee van rijkdom. Een juwelier droomt van het spul als materiaal. Wie ooit een ring naar de lommerd bracht, droomt van een slechte maand. Het metaal is identiek en de droom is dat niet.


