Een werkwijze voor tarot lezen: hoe de 78 kaarten zijn opgebouwd, hoe je een scherpe vraag stelt voordat je een kaart trekt, en hoe je een kaart leest die je nog nooit eerder onder ogen hebt gehad.
Een tarotlegging komt in de kern neer op drie stappen: je bepaalt een vraag, je legt kaarten in posities die elk voor een deel van die vraag staan, en je leest de kaart die in een positie valt als het antwoord op precies die plek. Een volledig deck telt 78 kaarten, maar vlot leren lezen heeft veel minder te maken met alle 78 uit je hoofd kennen dan met leren hoe je een kaart leest in het licht van waar hij valt.
Het deck valt uiteen in twee ongelijke helften. 22 kaarten vormen de grote arcana, met arcana als oud woord voor verborgen of geheime zaken. Dit zijn de kaarten met een eigen naam en een nummer van 0 tot 21, met titels zoals De Toren en De Ster. De overige 56 kaarten vormen de kleine arcana en zijn opgebouwd als een gewoon kaartspel: vier reeksen, meestal staven, bekers, zwaarden en munten, elk lopend van aas tot tien en afgesloten met vier hofkaarten.
Voor een beginner werkt een simpele vuistregel goed. Grote arcana staan voor de structuur van een leven, de dingen waar je makkelijk een jaar over doet. Kleine arcana staan voor een gewone week: het gesprek, de rekening, de knoop die je donderdag moet doorhakken. Een legging vol grote arcana wordt van oudsher gelezen als iets groots, een legging enkel met kleine arcana als iets praktisch en dichtbij.
Elke legging, hoe eenvoudig of uitgebreid ook, doorloopt ongeveer dezelfde volgorde:
Die laatste stap is waar een legging ophoudt een lijstje losse betekenissen te zijn en een echte lezing wordt. Beginners stoppen vaak bij de vijfde stap en vragen zich dan af waarom het resultaat aanvoelt als zes losse gelukskoekjes zonder onderling verband.
Je draait kaarten om waarvan je de betekenis nog niet geleerd hebt, en steeds naar een boek grijpen breekt de lijn van je verhaal. Er zijn drie aanknopingspunten die werken zonder naslagwerk.
De afbeelding vertelt vaak het meest. Beschrijf gewoon wat er op de kaart gebeurt: wie erop staat, wat die persoon doet, of hij naar iets toe beweegt of er juist van weg, of de scène druk of leeg aanvoelt. De meeste decks zijn zo getekend dat de tekening de betekenis draagt, en je eigen gewone beschrijving zit meestal dicht bij de traditionele uitleg.
De reeks vertelt bij welk levensgebied je moet zoeken. Staven gaan over drive, inzet en projecten die lopen. Bekers gaan over gevoel, verbondenheid en relaties. Zwaarden gaan over denken, conflict en wat er hardop gezegd wordt. Munten gaan over geld, werk, het lichaam en al het tastbare.
Het nummer vertelt in welke fase je zit. Azen zijn een begin en onbewerkt potentieel, de middelste nummers zijn het uitwerken, vijven gelden van oudsher als het moment van wrijving, en tienen vormen het einde van de lijn, ten goede of ten kwade. Hofkaarten worden gelezen als een echt persoon in de situatie of als een manier om ermee om te gaan. Reeks plus nummer plus een gewone blik op de afbeelding levert bij elke kaart uit het deck al een bruikbare lezing op; precisie komt pas later, en komt van herhaling, niet van harder uit je hoofd leren.
De kwaliteit van een legging wordt bijna volledig bepaald door de vraag zelf, en ja-of-nee-vragen leveren de zwakste resultaten op. Vraag je of je de baan krijgt, dan trek je een kaart die je vervolgens moet ombuigen tot een ja. Vraag je wat je helpt om het gesprek goed in te gaan, dan heeft diezelfde kaart ineens iets om mee te werken.
Vragen die met wat of hoe beginnen, leveren meestal iets bruikbaars op: wat zie ik hier over het hoofd, hoe ontwikkelt deze situatie zich waarschijnlijk als er niets verandert, wat zou deze keuze me eigenlijk kosten. Vraag liever niet of de verhuizing naar Gent goed uitpakt, maar wat je nog moet weten voordat je tekent. Vragen over je eigen gedrag werken bovendien beter dan vragen over het gedrag van iemand die niet aan tafel zit.
Twee gewoontes zijn het vermijden waard. Leg dezelfde vraag niet opnieuw omdat het antwoord je niet beviel, want die tweede lezing is niets anders dan jezelf overrulen met wat extra stappen ertussen. En leg medische, juridische of financiele beslissingen niet voor aan een kaartenspel. Daar hoort een vakmens bij, en dat een lezing overtuigend aanvoelt zegt niets over je gezondheid of je bankrekening.
Tarot is een uitlegtraditie, geen bewezen manier om vooruit te kijken. Er is geen bewijs dat de kaarten iets weten over je toekomst, en elk eerlijk verhaal over de praktijk begint met precies die zin.
Wat de kaarten wel doen, is je dwingen om iets onder woorden te brengen. Een willekeurige afbeelding die in een vaste positie valt, dwingt je iets concreets te zeggen over je eigen situatie, en wat je dan zegt wist je vaak al, alleen nog niet in woorden. De structuur doet het werk: een vaste vraag, vaste posities en een aanleiding die je niet zelf koos, en dat is een stuk lastiger te ontwijken dan vrij nadenken op je eigen tempo.
Houd van elke legging een kort briefje bij: de datum, de vraag, de kaarten en wat je ervan maakte. Kijk er na een paar maanden nog eens naar terug. Dat overzicht leert je meer over lezen dan welke losse kaartbetekenis dan ook, en het houdt je eerlijk over welke uitleg standhield en welke je op dat moment gewoon het leukst vond.


